De onderhandse verkoop* werd in de media naar voren geschoven als één van de pistes om de lokale loofhoutzagerijen te ondersteunen. Maar hoe werkt het systeem? Waarin schuilt het belang voor de zagerijen? En halen de gemeenten voordeel uit de onderhandse houtverkoop? Hieronder vindt u onze antwoorden. 

 

Waarom delen de loofhoutzagerijen in de klappen? 

Sinds enkele jaren draaien de Belgische loofhoutzagerijen op gemiddeld slechts 65 % van hun capaciteit. Een situatie die jammer genoeg dreigt te verergeren. Ons fantastisch loofhoutbestand lijdt onder de druk van de internationale handel. De in onze bossen geoogste loofbomen worden steeds vaker zonder lokaal te worden verwerkt per container uitgevoerd. Vermits de verwerkers en/of de lokale markten stilaan verdwijnen, worden sommige houtsoorten bij ons niet meer of nauwelijks verwerkt.  

Conclusie: de grondstof wordt uitgevoerd terwijl wij meer lokale en landelijke arbeidsplaatsen en des te meer toegevoegde waarde zouden kunnen creëren door deze grondstof lokaal te verwerken. 

Hoe kan de bevoorrading van de lokale zagerijen gestimuleerd worden? 

Eén van de oplossingen bestaat erin zowel de publieke als private boseigenaars te sensibiliseren om een deel van hun oogsten voor te behouden aan de lokale verwerkers. Om haar leden te ondersteunen, heeft de Belgische Houtconfederatie verschillende initiatieven in die zin genomen. En dit begint stilaan duidelijk zijn vruchten af te werpen wat de publieke eigenaars betreft. 

Concreet staat de Waalse regering sinds 2014 de gemeenten toe loofhout (tot 15 % van het jaarlijks verkochte volume) voor te behouden aan lokale zagerijen (tot 30 % van hun jaarlijkse bevoorrading) door middel van de onderhandse verkoop en dit voor loten met een maximale waarde van € 35.000 (Besluit van de Waalse regering van 15 mei 2014). Deze piste gaat duidelijk niet alle problemen oplossen, maar kan toch de nodige zuurstof geven om jobs te redden en een lokale productie te behouden. 

Het probleem is dat dit systeem ruim onderbenut blijft. Betrekkelijk weinig gemeenten maken van dit mechanisme gebruik om de lokale loofhoutzagerijen te ondersteunen. Mede dankzij onze tussenkomsten en die van de leden van de Belgische Houtconfederatie, spraken steeds meer gemeenteraden hun steun uit voor de houtsector. 

Een andere piste bestaat erin de samenwerking tussen de bosuitbaters en de zagerijen te bevorderen. Talrijke bosuitbaters bevoorraden al gedeeltelijk de lokale zagerijen. De internationale concurrentie wordt evenwel ook voor de uitbaters bijzonder moeilijk. Wij wijzen er voorts op dat de zagers de bosuitbaters kunnen opdragen aan de onderhandse verkopen deel te nemen. 

Welke balans kan er van de onderhandse verkoop worden opgemaakt in 2022? 

De evolutie van de via onderhandse verkoop door de gemeenten aangeboden houtvolumes aan de zagerijen is bemoedigend. Op één jaar tijd zijn de volumes verdubbeld. De cijfers voor eikenhout zijn gestegen van 3836 m³ in 2021 naar 8131 m³ in 2022 (situatie tot einde juni 2022). 

“Deze vooruitgang vormt een mooie aanzet tot groei. De politieke beleidsmakers blijken de zin en het belang van onze acties voor de lokale economie te hebben ingezien. Het is bemoedigend. Wij zijn echter nog ver verwijderd van het gewenste resultaat. Laten we niet vergeten dat het systeem van onderhandse verkoop slechts voor ongeveer 35 % van zijn potentieel (15 % van het loofhoutvolume van meer dan 120 cm dat in de Waalse publieke bossen verkocht wordt, namelijk 21.000 m³) benut wordt en dat de Waalse minister van Economie ernaar streeft ten minste 70 % te bereiken”, zegt François De Meersman, algemeen secretaris van de Belgische Houtconfederatie. 

Voorts wordt amper 54% van de aanwas van eik geoogst in Waalse publieke bossen. Dit biedt wat ruimte aan de eigenaars om bijkomende volumes te verkopen. Laten we niet vergeten dat het oorspronkelijk de bedoeling was om bijkomende volumes op de markt te brengen. En om in de Waalse publieke bossen te streven naar een oogstniveau van het loofhoutbestand dat de aanwas benadert en op die manier meer voordeel te halen uit het potentieel aan koolstofopslag. Nu zou blijken dat de in Waalse publieke bossen verkochte volumes eikenhout de laatste jaren een dalende tendens vertonen! Er is dus nog wat ruimte … Dit is op zijn minst verbazingwekkend terwijl één van de doelstellingen van het organiseren van een houtpark in Wallonië erin bestond promotie te maken voor het Waalse hout en de agenten van het DNF dus te motiveren om meer hout op de markt te brengen. 

Waarom staan sommige gemeenten nog terughoudend tegenover de onderhandse verkopen? 

Maxime Léonet is burgemeester van Daverdisse en aanhanger van het systeem sinds het prille begin. Volgens hem schuilt de verklaring in een verkeerde perceptie van het systeem. “Het is soms irrationeel en weinig objectief. Velen geloven nog dat deze verkoopswijze van hout minder opbrengt. Dit klopt niet! De administratieve en organisatorische hindernissen zijn makkelijke excuses die mits een beetje goede wil kunnen worden ontkracht”, zegt hij. 

Zijn de onderhandse verkopen interessant voor de gemeenten? 

Onlangs heeft het Office Economique Wallon du Bois (OEWB) de resultaten van de laatste onderhandse verkopen geanalyseerd. De conclusie zal menigeen verrassen. “Tijdens de lenteverkoop in 2022, werden de aan zagers verkochte loten tegen een hogere prijs verkocht dan het hout dat in de herfst van 2021 bij openbare inschrijving aan de man werd gebracht! Wanneer de loten worden samengesteld om aan de behoeften van de zagerijen te voldoen, betalen de zagerijen de prijs en kopen ze duurder aan” licht François Deneufbourg, verantwoordelijke voor ontwikkeling binnen het OEWB, toe. 

En François De Meersman voegt er nog aan toe: “Deze analyse zou de gemeenten moeten geruststellen. Het systeem van onderhandse verkopen zorgt voor concurrentie tussen de zagerijen. Lokale zagerijen kopen niet goedkoper aan. In markttermen zou er sprake zijn van enkele maanden verschil.” 

De onderstaande grafiek toont duidelijk aan dat de prijzen van onderhandse verkoop met enkele maanden verschil hoger zijn voor lokale verwerkers wat de loten eikenhout betreft waarvan het rondhout een gemiddelde heeft van 1,5 tot 2,5 m³. 

 

Legende (Prijs van eik op stam 2021-2022 (CH80%): 

  • 2022 VGAG (OV) = onderhandse verkoop in de lente van 2O22 voor loten bestaande uit 80 % eik 
  • 2021 adjudication publique (openbare inschrijving) = verkoopresultaten van loten bij openbare inschrijving in Waalse publieke bossen (eveneens loten met meer dan 80 % eikenhout) 

4 adviezen van Maxime Léonet om het beste te halen uit onderhandse verkopen 

  • Aan het DNF vragen om ‘typische’ zaagloten voor te bereiden, met andere woorden hout van een zekere dikte en kwaliteit. 
  • Niet al te dikke loten vervaardigen opdat ze toegankelijk blijven voor alle potentiële kopers en opdat ze onder het in het BWG geraamde plafond (€ 35.000) blijven. 
  • Deze verkopen beschouwen als bijkomende te koop aangeboden hoeveelheden. Dit brengt niet alleen geld op, maar benadeelt ook niemand aangezien de gemeenten alle actoren uit de sector nodig hebben om hun begroting veilig te stellen. 
  • De agenten van het DNF motiveren door, naargelang de resultaten van de onderhandse verkopen, meer middelen vrij te maken voor bosonderhoudswerkzaamheden. 

 

*eerder te beschouwen als een beperkte aanbesteding bij de lokale verwerkers die zich bij het systeem hebben aangesloten. 

 

Volgt u de Belgische Houtconfederatie al op LinkedIn

Wat zijn de missies van de Belgische Houtconfederatie?