Zoals zovele oude ambachten, dreigt ook het beroep van uitsleper te paard langzaam te verdwijnen. Reden waarom sommigen zich zorgen maken over de toekomst van het beroep en de overdracht van hun kennis. Voor een deel van de bos- en houtsector blijft deze kennis immers waardevol en noodzakelijk.
Volgens een telling uit 2023 van de vereniging Meneurs (‘Mennersvereniging’, n.v.d.r.) zijn er in de Waalse bossen nog 51 professionele uitslepers te paard actief. Daarvan werken 20 uitslepers in hoofdberoep en 31 uitslepers in bijberoep. Vergeleken met een gelijkaardige telling in 2006, merken we dat vooral het aantal uitslepers in hoofdberoep gedaald is. Er heerst dan ook bezorgdheid dat met het verdwijnen van de uitslepers ook hun kennis, vaardigheden en de fok van geschikte paarden verloren gaan.
Een passievol beroep
Het ligt voor de hand dat het een fysiek belastend beroep is. Naargelang het weer kunnen de werkomstandigheden erg zwaar zijn. Daarnaast vergt het werk volgens vzw Meneurs ook veel tijd voor de verzorging van de paarden, terwijl het loon beperkt blijft. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste uitslepers vol passie praten over hun vak. Zonder die passie kun je het vak niet uitoefenen. Bekijk de getuigenis van een jonge uitsleepster te paard (in het Frans).
Noodzakelijk op bepaalde werven
Voor de rondhouthandelaars en rondhoutwerven is de uitsleper te paard een onmisbare partner op bepaalde werven. Jean-Louis Bodart van de firma Gaume Bois werkt regelmatig met uitslepers te paard. Meestal werkt hij samen met dezelfde, maar naargelang de werf komt het voor dat hij een beroep doet op andere uitslepers.
“De uitsleping te paard blijft noodzakelijk in bosbestanden die niet toegankelijk zijn voor machines of waar geen vaste ruimingspistes zijn aangelegd”, zegt Jean-Louis Bodart, bosexploitant. “Dit komt steeds minder vaak voor, maar er zijn nog talloze bosbestanden met vaste ruimingspistes die te verafgelegen zijn voor de machines. In dit opzicht bepaalt de keuze van de boseigenaars of -beheerders om al dan niet vaste ruimingspistes aan te leggen of er een beroep wordt gedaan op uitslepers te paard. Met vaste ruimingspistes om de 15 rijen, verkiest de eigenaar duidelijk het paard. Wanneer de ruimingspistes dichterbij gelegen zijn, zal hij eerder voor een mechanische uitsleping opteren. Elke eigenaar kan zelf de afweging maken of het interessanter is om het eerste dunningshout goedkoper te verkopen en uiteindelijk meer hout over te houden, of om enkele rijen op te offeren voor mechanische uitsleep. Wat mij betreft, zijn beide benaderingen zinvol en het is niet aan mij om voor het ene of het andere te kiezen. Ik denk dat er in België altijd uitslepers te paard nodig zullen zijn omdat onze bossen erg versnipperd zijn en het helemaal niet verantwoord zou zijn om paden aan te leggen in kleine percelen.”
Het beroep van uitsleper te paard opwaarderen
Maxime Kuypers, van bosexploitatiebedrijf Forest Max, gespecialiseerd in de oogst van lange stammen voor de productie van piketten en palen, werkt bijna uitsluitend met uitslepers te paard. “Ik weet niet wat we zonder paarden zouden doen”, zegt hij. “De dag dat er geen paarden meer zijn, verdwijnen wij ook. En omgekeerd. Op korte termijn maak ik me nog geen zorgen, maar op middellange termijn vrees ik problemen als het beroep niet geherwaardeerd en financieel gepromoot wordt om jongeren aan te trekken. De gemiddelde leeftijd in de sector lijkt me vrij hoog. Zonder mentaliteitsverandering gaat dit vak verloren. Naar mijn mening moeten we het gebruik van paarden voor de eerste en tweede dunning aanmoedigen. Sommige catalogi leggen het gebruik ervan op, maar andere eigenaars geven de voorkeur aan het rendement en de rentabiliteit van de mechanische uitsleep. Iedereen waardeert uiteraard het paard en het imago dat het uitdraagt, maar de keuze is snel gemaakt als de mechanische uitsleep meer kan opbrengen. Wat mij betreft probeer ik het vak te ondersteunen door volledige werven aan uitslepers te paard toe te vertrouwen en niet enkel voor machines ontoegankelijke percelen.”
Troeven om uit te spelen
Volgens de uitslepers te paard vormen de mobiliteit, wendbaarheid en flexibiliteit van het paard belangrijke troeven in de evolutie naar meer onregelmatige bosstructuren met een beheer dichter bij de natuur. Volgens de vzw Meneurs is het potentieel van paarden vanzelfsprekend zolang het gemiddelde volume van het hout lager of gelijk is aan 0,25 m³ (maar het blijft doeltreffend tot 0,5 m³) en de uitslepingsafstanden lager blijven dan 70 meter. In dichtere bosbestanden is het paard minder productief, maar het is verhoudingsgewijs productiever dan een machine. Het paard zou zijn voordeel behouden ten opzichte van de tractor zolang er na exploitatie meer dan 1.500 stammen per hectare op het perceel blijven staan. Wanneer dat aantal onder de 600 zakt, valt dit voordeel weg. Ten slotte is ook het reliëf van het terrein een bepalende factor. Een lichte helling speelt in het voordeel van het paard, en een gematigde klim bergop beïnvloedt de rendabiliteit nauwelijks. Bij hellingen van meer dan 15% daarentegen, wordt het relatief minder voordelig om te werken met paarden.
De analyse van de Mennersvereniging had als doel om zowel de beperkingen als de kansen voor herontwikkeling van de sector in kaart te brengen, maar ook om voorstellen te formuleren om op korte, middellange en lange termijn het beroep op duurzame wijze nieuw leven in te blazen.
De mening van de Mennersvereniging
Volgens Gaëtan Pyckhout, verantwoordelijke van de Mennersvereniging, bevinden we ons op korte termijn in een reddingsoperatie. Het probleem is financieel van aard. De huidige tarifering maakt het voor de uitslepers te paard onmogelijk om waardig van hun werk te kunnen leven. Om het gemiddelde loon van een arbeider, zijnde 1890 €/maand, te bereiken, zouden de uitslepers een extra nettobedrag van 10.000 €/jaar moeten verdienen. Aangezien de huidige behoeften van de sector ongeveer 15 voltijdse uitslepers te paard vereisen, is dit uiteindelijk geen onoverkomelijk bedrag. Daarom werd een nieuwe subsidieaanvraag ingediend bij het Waalse Gewest, vermits we momenteel geen subsidies meer ontvangen om het beroep te ondersteunen, oplossingen te vinden en eventuele steunmaatregelen in te voeren voor de uitslepers. Waarom zouden we niet overwegen om binnen de houtsector een solidariteitsfonds op te richten want het zijn uiteindelijk de kleine bomen en hun oogst die de productie van kwaliteitsvol groot hout mogelijk maken. Een dergelijk mechanisme zou het in eerste instantie mogelijk maken om het vak in stand te houden zodat er een minimumaantal uitslepers te paard actief blijft. In tweede instantie zou het een toekomst bieden aan de uitslepers te paard, maar ook aan de spelers in de bos- en houtsector die van deze uitslepingsmethode gebruik maken. De toekomst van beiden is met elkaar verweven, zegt hij.
Op middellange termijn sluit Gaëtan Pyckhout een bepaald herstel van het evenwicht niet uit. Met nieuwe bosbeheerpraktijken die staan voor meer gemengde bossen, zal de sector zich onvermijdelijk moeten aanpassen. Het paard kan daarbij een interessante rol spelen. Misschien zal de sector geen andere keuze hebben dan beroep te doen op uitslepers te paard om over hout te beschikken? We moeten er echter over waken dat het vak en de kennis tegen dan niet verloren zijn gegaan. Ook de evolutie van de brandstof- en machinekosten in de huidige geopolitieke context kan misschien in ons voordeel spelen omdat de mechanisering financieel minder toegankelijk zou kunnen worden voor eerste dunningen. Verder verwijst hij naar een VN-rapport uit 2022 dat het belang van het behoud van dierlijke trekkracht benadrukte. Onze diensten kunnen in de toekomst perfect worden aangewend in andere sectoren zoals openbare maai- en reinigingsdiensten. Dit zou deuren kunnen openen.
De mening van de Houtconfederatie over de uitsleping te paard
Het gebruik van het paard is en blijft noodzakelijk voor het oogsten van specifieke houtsoorten. Vooral bij het uitslepen van lange stammen tijdens de eerste drie dunningen is het paard onmisbaar voor rondhoutwerven die gespecialiseerd zijn in onder meer perkoenpalen, piketten, palen en heipalen. De uitsleping te paard zal ook noodzakelijk blijven in bossen zonder vaste ruimingspistes en in bossen waar de ruimingspistes te ver uit elkaar liggen. Paarden hebben echter hun beperkingen wat betreft de afmetingen van het hout dat ze kunnen uitslepen. De Belgische Houtconfederatie ondersteunt zowel de promotie van uitsleping te paard als andere exploitatiemethodes, afhankelijk van de houtsoort en de terreincondities van elk perceel.
Volgt u de Belgische Houtconfederatie al op LinkedIn?
Bent u al abonnee op ons magazine HoutBedrijf?